Eco stond gelijk aan mistroostig alternatief of wild experimenteel. Dat is veranderd. Een ecohuis kan vandaag ook een ultramodernistische doos propvol technologie zijn.
Ooit leek eco de dada van diehards die alle moderne technologie overboord wilden gooien. De klok terugdraaien, overstappen op lowtech, inleveren: dat leek de enige logische uitweg als je minder wilde verbruiken en vervuilen. Maar intussen worden van Shanghai tot Florida proefprojecten opgezet met hippe energiezuinige wolkenkrabbers, passiefhuizen en Off-Grid Zero Emission -woningen (niet op water, gas of elektriciteit aangesloten en zonder uitstoot) waarin je perfect kan leven zoals in elk ander huis. Voor de meeste trendwatchers en futurologen is het al lang een uitgemaakte zaak : ecologie en spitstechnologie gaan uitstekend samen.
Het slimme huis
Een mogelijk toekomstscenario: onze huizen veranderen in hoogtechnologische, intelligente, klimaatneutrale gebouwen waarin we zo weinig mogelijk energie of water verkwisten en zo weinig mogelijk uitstoot produceren. Hoe werkt het? Stel : we lopen door ons huis en overal zitten intelligente microcomputertjes die weinig verbruiken omdat ze zo klein zijn. De verborgen microsensoren ter grootte van een zandkorrel registreren al onze handelingen en verwerken alle gegevens over onze voorkeuren en stemmingen. Zo kunnen ze een persoonlijke band met ons opbouwen, want ze leren van ons gedrag. Dat moet ze in staat stellen om altijd gepast op onze behoeften te reageren.
We worden permanent op onze wenken bediend en moeten ons hoofd nooit meer breken over verschillende toestellen met aparte schakelaars, afstandsbedieningen, regelpanelen, veel te veel functies en hopeloos ingewikkelde instellingen. Onze elektronisch verrijkte woonomgeving is zo slim dat geen enkel licht blijft branden als we niet meer in de kamer zijn. De verwarming staat nooit meer te hoog en geen enkele kraan kan ongemerkt druppen. Ook van sluipverbruik geen sprake meer.
Sciencefiction? Niet helemaal. Chips, opslagmedia en batterijen worden almaar kleiner. Kabels verdwijnen. Beeldschermen worden steeds makkelijker te verwerken in de aankleding van een kamer. De weg ligt open voor de kleurrijkste, leuke interfaces. Technologie is niet meer opdringerig en zorgt niet meer voor visuele vervuiling in een sfeervol interieur. Krijgen we er de gedroomde butler en energiebewaker bij? Of ligt Big Brother op de loer?
Van inkomhal tot bad
Er is nu al heel wat te koop dat ons huis intelligenter kan maken. De evolutie van domoticasystemen (intelligente systemen van huisautomatisering) houdt gelijke tred met de evolutie van consumentenelektronica, die in een recordtijd veel gebruiksvriendelijker, compacter, krachtiger, slimmer en goedkoper werd. Een sterk punt is nu al dat ze comfort en veiligheid combineren met een lager energieverbruik. Een klassieke toepassing is de zogenoemde aan- en uitknop. Dat is een centrale toets, bijvoorbeeld in de inkomhal, waarmee een aantal gepreselecteerde schakelaars of stopcontacten in het hele huis tegelijk aan- of uitgaan door één simpele druk op de knop. Dat kan natuurlijk ook via een gebruiksvriendelijk Niko-aanraakscherm of een fraai vormgegeven Italiaanse interface uit het luxueuze Axolute-gamma van BTicino. Je kiest zelf alle apparaten die je niet wil laten aanstaan als je het huis uitgaat, zoals het koffiezetapparaat, het fornuis, kranen, lichten, pc's. Uiteraard is het niet de bedoeling dat je de vrieskast of het alarmsysteem mee opneemt in het circuit.
Wie wil kan heel wat bijkomende functies kiezen die het energiebeheer in huis optimaliseren. Van de thermostaat tot de gevelverlichting, van dakramen die vanzelf opengaan tot gordijnen en rolluiken die vanzelf sluiten als het donker of te warm wordt. Het aanraakscherm kan ook voorzien zijn van een feedbackmodule (Niko bijvoorbeeld) waarop je de stand van alle ramen, rolluiken of lichten kan checken. In het draadloze tijdperk blijft de bediening niet beperkt tot een vaste plek in de muur. De systemen kunnen ook worden aangestuurd via de gsm of de smartphone. Of via één afstandsbediening waarnaar het hele huis luistert (bijvoorbeeld io-homecontrol van Somfy).
Of het nu echt zo ecologisch is om het warme bad (met sensoren op de badwand zodat het niet overloopt) al vanuit je auto te laten vollopen, is een andere vraag. Een regendouche is alvast stukken zuiniger. Zelfs met de slimst technologie blijft het een goed idee om hybride tussenoplossingen te zoeken, mengvormen van low- en hightech. Passieve warmtewinsten kunnen al eenvoudig gewonnen worden door een woning goed te oriënteren, met grote ramen op het zuiden en weinig glas op het noorden. Dat geeft gratis meer natuurlijk licht en zonnewarmte. Als aanvulling is geautomatiseerde zonnewering (bijvoorbeeld Somfy) dan mooi meegenomen. Als de zonneschermen neergaan bij oververhitting, heb je in ons klimaat geen airco-installatie nodig.
Recyclage is cool
Nu eco zo cool is, vinden de raarste vormen van recycling weer genade in de ogen van jonge designliefhebbers. Wasmachinetrommels, condooms, oude kleerhangers, petflessen, cd-schijfjes, oud geld: je kunt de afgedankte rommel zo gek niet bedenken of er is wel een jonge designer die er een nieuwe stoel of lamp van knutselt. Websites als www.superuse.org staan boordevol voorbeelden. Een opkomende naam is Studio Hergebruik. De readymade-trend is niet echt nieuw. Het Nederlandse collectief Droog Design recycleerde hem al in de jaren 1990 en werd er toen wereldberoemd mee. Ook doe-het-zelf assemblages van onderdelen van spullen uit de Kringloopwinkel of de rommelmarkt zitten weer in de lift. Goed bedoeld en vaak heel grappig, maar kan het meer zijn dan een druppel op de hete plaat?
Recyclage van materialen hoeft niet altijd herkenbaar te zijn in het designresultaat. Vermeldenswaard zijn de ontwerpen van de jonge Belgische denktank Buzzispace. Hun bedrijf, Technospace, huldigt cradle to cradle- principes. Ze werken onder meer met vilt gerecycleerd uit gebruikte petflessen. Hun nieuwe designobjecten, zoals de lamp Buzzilight of het kamerscherm Buzziscreen, roepen afgewerkt geen enkele associatie met afval op.
Dé nieuwe rage is trouwens die van de ecoluxe of ecochic. En dat verhaal lijkt al minder te gaan over afval recycleren. Op de website ecoluxe.nl wordt uitgelegd dat het eco-oké is om nieuwe luxeproducten te kopen. 'Elke aanschaf betekent minder geld naar oude, vervuilende producten, meer geld in de groene richting. De vraag naar ecoluxe daagt bestaande en nieuwe bedrijven uit tot het ontwikkelen van schonere, milieuvriendelijke producten.' Toegevingen doen op de kwaliteit van de materialen of minder shoppen, hoeft in die optiek niet eens.
Natuurlijke materialen of niet?
Zopas voorspelde het Parijse trendbureau Nelly Rodi op het salon Maison et Objet dat de ecobewuste stedelingen weer naar sobere inrichtingsstijlen grijpen. De sleutelwoorden zijn puur, natuurlijk, eerlijk en authentiek. Goed nieuws voor hout en vooral bamboe, het snelst groeiende gewas ter wereld dat zijn imagoprobleem als tweederangsmateriaal stilaan te boven komt. De vraag naar bamboetoepassingen voor vloeren, wanden en plafonds neemt toe, weten ze bij Moso International. Ook de designtop raakt steeds meer in de ban van bamboe. Onder de artistieke leiding van de Brit Tom Dixon pakte het Finse bedrijf Artek vorig jaar al stevig uit met een elegante collectie tafels en stoelen van gebogen hightech bamboe.
Zopas heeft Konstantin Grcic, een van de invloedrijkste topdesigners, in samenwerking met het Taiwan Design Center een nieuwe bamboestoel 43 ontworpen, een prachtig eigentijds ontwerp dat steunt op traditioneel Aziatisch ambacht. Interessant is dat Grcic in april de baanbrekende Myto- stoel voor Plank had voorgesteld in Milaan. Ook die stoel, in supersterke High Speed-kunststof van de chemiereus BASF, had ecologische troeven. Grcic gebruikte een recycleerbare kunststof uit de autosector die zich sneller laat injecteren en aan een lagere temperatuur dan andere plastics. Dat maakt massaproductie extra energiezuinig.
Om maar te zeggen dat we plastics niet bij voorbaat als milieuonvriendelijk mogen bestempelen. Bij de voorbeelden van eco-efficiënt design op de website van afvalstoffenmaatschappij Ovam (www.ovam.be) staan de milieuvoordelen beschreven van Duofuse-terrasplanken. Die zijn gemaakt van een houtcomposiet uit industrieel resthout en pvc, een materiaal dat bekendstaat als erg schadelijk voor mens en milieu. Toch oordeelt Ovam dat de ecologische balans positief is, omdat hard pvc geen weekmakers bevat en omdat de houtcomposiet een materiaalbesparing van 70 procent mogelijk maakt en voldoet als vervanger van tropisch hardhout.
Tropische houtsoorten kunnen dus milieuonvriendelijker zijn dan synthetische materialen. Al zijn sommige toegestaan omdat ze een FSC-label hebben dat garandeert dat ze uit duurzaam beheerde bossen afkomstig zijn. Het Belgian Woodforum voert aan dat 'hout onklopbaar is als het over ecologische troeven gaat.' Het is in theorie een eeuwig hernieuwbare grondstof. Nog volgens het Belgian Woodforum verzekert doeltreffend bosbeheer een continue houtvoorraad. De bosoppervlakte in de EU zou jaarlijks met 510.000 ha groeien en de houtoogst zou ongeveer 65 procent bedragen van de jaarlijkse aangroei in volume. Het ene hout is natuurlijk het andere niet, maar er zijn tientallen niet-schaarse houtsoorten. Ovam heeft veel lof voor het hout van de tamme kastanje. Het is uitzonderlijk duurzaam, waardoor geen chemische behandelingen nodig zijn. En het groeit bij ons in de buurt, wat tegenover tropisch hardhout transport bespaart.
Hout is ook een aanrader als bouwmateriaal omdat de productie van een houten balk vijf maal minder energie vergt dan een vergelijkbare betonbalk. Alle houtafval kan worden hergebruikt of als groene brandstof benut. Hout onttrekt ook nog CO2 aan de atmosfeer.
Groen verwarmen
Radiatorproducent Jaga slaagt er glansrijk in om een hippe designlook, een hightech uitstraling én een groen profiel te combineren. De Jaga Energy Savers zouden jaarlijks de CO2-uitstoot per woning met bijna een ton verminderen! Hun Low H20-radiatoren hebben een veel lagere waterinhoud dan conventionele plaatstaalradiatoren. Ze hebben ook een lager gewicht. Daardoor is veel minder energie nodig om de radiator en het water op te warmen. Ze kunnen uitgerust worden met DBE of Dynamic Boost Effect-technologie, zoals wordt toegepast in het Living Tomorrow III-demonstratiehuis in Vilvoorde. DBE-radiatoren bevatten hightech mini-activators en worden bestuurd door een microchip. Ze zijn lichter, compacter, intelligenter en reageren veel sneller, waardoor ze veel zuiniger zijn. Ze zijn ook nog geschikt om te combineren met een zonneboiler of een warmtepomp. Ideaal voor wie bij hybride zweert.
Een andere succesvolle groene lieveling is nog altijd de pelletkachel die brandt op korrels van afvalhout (pellets) en veel minder verbruikt dan een traditionele houtkachel.
Een groot succes zijn tegenwoordig ook de ecodesignhaarden die branden op bio-ethanol (gemaakt van riet- en bietsuiker, aardappelen, mais, graan enz.). Het zijn mooie blikvangers en een groot voordeel is dat je er geen afvoer- of rookkanaal voor nodig hebt. Opvallend veel merken zien hierin nu een markt voor privéwoningen, zoals Safretti, EcoSmart, Waco&C° en Climart.
Zonder stopcontact
Als de toekomst rooskleurig mag zijn, zullen we nauwelijks nog stopcontacten nodig hebben. Her en der misschien eentje dat dan gevoed wordt door flinterdunne, flexibele zonnepanelen (bijvoorbeeld PowerFilm Solar). In de hele wereld werken bedrijven aan autarkische apparaten die nu nog in een experimentele fase zitten. Het Chinese Hi-Tech Wealth zou een mobiele telefoon klaar hebben die werkt op zonne-energie, de S116. Ook Siemens zou een ecologische telefoon productieklaar hebben met een oplaadstation met een zonnepaneeltje.
Nu al oplaadbaar en dichter bij huis vonden we een opmerkelijk handige, autonome buitenlamp voor het terras. De draadloze designverlichting Chario Solar van het jonge West-Vlaamse bedrijf Aluci werkt ook op zonne-energie. De originele vormgeving, verrijdbaar op wieltjes, doet denken aan een golftrolley met een club. Een spot stuurt het licht naar een ronde reflector die het mooi gelijkmatig verspreidt. Het zonnepaneel bovenop de reflector vangt de zonnestralen op die de batterij opladen. De lamp kan met volle batterijen acht uur branden. En nu we het over zonnepanelen hebben, Velux introduceerde recent wentelende dakvensters met een motor die werkt op zonne-energie. De fotovoltaïsche zonnecellen worden eenvoudig op het vensterkader gekleefd.
Keuken en badkamer
Het rijtje slimme energiebesparende maatregelen voor intensief gebruikte keukens en badkamers is veel te lang. Ook hier is de inventiviteit grenzeloos. Wat dacht u van een keukenkraan ( Just Colour van Franke) waaruit gekleurd water komt. Rood is heet, blauw is koud en daartussen zit violet. Leuk is dat het snufje -- een veiligheid voor kinderen, niet aangesloten hoeft te worden op het elektriciteitsnetwerk. De tweekleurige powerledverlichting aan de kraanuitloop is gekoppeld aan verborgen miniturbines onder de spoelbak. Het is de doorstroming van het water die de benodigde stroom opwekt voor de leds, die nu ook veel gebruikt worden in energiezuinige designverlichting.
Een vraagje dat bij veel energiebesparende elektronica en andere ecoluxe toch nog altijd in het achterhoofd klinkt: hoeveel grondstoffen en energie kost het om al die interessante producten te produceren die we nooit gemist hebben voordat we wisten dat ze bestonden. Zal de balans ooit in evenwicht zijn?
