Alle tekenen wijzen erop dat het met onze leefwereld de verkeerde kant op dreigt te gaan. De CO2-uitstoot stijgt met een jaarlijkse groei van 3% zelfs veel sneller dan de ergste scenario's van het IPCC, bleek eind mei uit een onderzoek. We zullen daarom het principe van Malthus zo moeten toepassen dat onze economieën zijn ingericht op het herstellend vermogen van de aarde.
Onze planeet functioneert immers van oorsprong als een gesloten kringloop en met die CO2-neutrale initiatieven slaan we de richting in naar herstel van de kringloop. Dit sluit aan bij het cradle-to-cradle concept (wieg tot wieg) van architect William McDonough en chemicus Michael Braungart. Dat gaat uit van het principe dat alles wat de mens produceert teruggaat naar de aarde en haar ten dienste moet staan: afval is voedsel. Cradle-to-cradle zoekt zoveel mogelijk aansluiting bij de ontwerpuitgangspunten zoals die in natuurlijke ecosystemen te vinden zijn.
Voor de vastgoedontwikkeling wordt met de 'wieg tot wieg' benadering vanaf het begin van de ontwerpfase expliciet gekeken naar de meerwaarde die natuurlijke materialen, (energie)bronnen en ecosystemen kunnen hebben. Gebruik van daglicht heeft de voorkeur. Natuurlijke luchtcirculatie vervangt de airconditioning. Gebouwen worden zo ontworpen dat ze dezelfde functie vervullen als bomen in de natuur. Cradle-to-cradle gebouwen geven zuurstof af, nemen CO2 op, destilleren water, zuiveren de lucht van stofdeeltjes, creëren microklimaten en genereren door gebruik en opslag van zon- en aardwarmte meer energie dan ze zelf nodig hebben.
Het interessante is dat deze ontwerpuitgangspunten een gebouw niet duurder maken, maar juist goedkoper. Een voorbeeld is het living roof concept, toegepast bij de herontwikkeling van het omvangrijke fabrieksterrein van Ford Motor Company in de Verenigde Staten. De groene daken blijken Ford uiteindelijk een bedrag van 35 miljoen dollar op te leveren door een besparing op herstel en vervanging, waterzuivering en energie.
In China worden momenteel een aantal cradle-to-cradle steden ontworpen. Door onder meer te experimenteren met landbouw op de daken van gebouwen moet worden voorkomen dat de boeren, die hun oorspronkelijke landbouwgronden kwijtraken, worden verjaagd en moeten uitwijken naar de bestaande steden. De nieuwe huisvesting legt immers een groot beslag op de landbouwgronden en dat moet worden gecompenseerd. Gebouwen worden zo productielocaties van voedsel dat ter plekke kan worden geconsumeerd. Gebouwen worden zo productielocaties van voedsel, waardoor transport wordt beperkt en een ecologisch systeem ontstaat.
Deze benadering sluit aan op de denkwijze van de volgelingen van Malthus, die verklaren dat er grenzen zijn aan ons ecologisch systeem; alleen door een efficiënte omgang met onze bronnen en grondstoffen kunnen we groei volhouden. Op deze manier transformeert onze economie van één die langzaam haar eigen graf graaft (cradle-to- grave) naar een economie die kan blijven groeien, zichzelf regenereert en daardoor bijdraagt aan verdere groei van onze welvaart, de natuur en de biodiversiteit om ons heen (cradle-to-cradle). De gebouwde omgeving functioneert hierin CO2-neutraal of kan zelfs CO2-opnemen en zuurstof produceren.
