Het concept zou een to monomane focus hebben op afvalvermijding en daarom weinig betekenis hebben voor de verduurzaming van onze ruimtelijke ordening. Hij doet een tegenvoorstel voor wat zijns inziens beter toepasbare duurzaamheidsinvesteringen zijn en noemt er twee: het aanleggen van extra natuur en het investeren in CO2-reducerende maatregelen.
Wie bedenkt dat C2C onder meer het gebruik van zonne -en windenergie behelst alsook de integratie van natuurlijke ecosystemen in stedenbouw, kan slechts concluderen dat ook De Zeeuw- zonder het zelf kennelijk te beseffen - met het C2C-concept goed uit de voeten kan bij het zoeken naar duurzame oplossingen in gebiedsontwikkeling.
Steden als Almere en Venlo hebben dat al lang begrepen en hanteren inmiddels de 'cradle to cradle principles' bij planvorming voor ruimtelijke ontwikkeling. Wie ze leest begrijpt dat C2C geen dwaalleer is maar een leidraad voor het creëren van een nieuwe samenleving, niet alleen op basis van innovatie maar ook door een nieuwe manier van denken. Zeker dat laatste zou een hoogleraar toch moeten aanspreken.
